Onderzoek en controle

Diverse onderzoekjes en controles zullen uitgevoerd worden door de assistente of in sommige gevallen door de praktijkverpleegkundige, al dan niet na advies van de huisarts.

U kunt hiervoor (vervolgens) een afspraak maken op het spreekuur van de assistente of de praktijkverpleegkundige.

Allergieonderzoek
De huisarts kan besluiten een allergieonderzoek uit te laten voeren door de assistente. Hiervoor maakt u dan een afpraak met de assistente.

Een allergieonderzoek wijst uit welke specifieke stoffen een eventuele allergie veroorzaken. De huidtest wordt op de binnenzijde van de onderarm uitgevoerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de priktest. U wordt getest op: graspollen, boompollen, huisstofmijt, kat, hond, kruiden en schimmels. Het allergieonderzoek duurt in totaal ongeveer 30 minuten.

Personen die medicatie voor een allergie gebruiken mogen dit op de dag van het onderzoek niet innemen!

Audiogram
De huisarts kan bij twijfels over het gehoor een gehoortest laten uitvoeren door de assistente. Hierbij wordt een goede indruk verkregen van het eventuele gehoorverlies in verschillende frequenties. De uitslag wordt door de assistente met de huisarts besproken zodat verder beleid bepaald kan worden.
Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
Over baarmoederhalskanker
Baarmoederhalskanker komt het meest voor bij vrouwen van 30 tot en met 60 jaar. Daarom krijgen deze vrouwen een uitnodiging deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Er is aangetoond dat deelname eens in de vijf jaar in het algemeen voldoende is om afwijkingen op tijd te ontdekken.

Baarmoederhalskanker ontstaat doorgaans heel langzaam. Hierdoor is het mogelijk om vroege afwijkingen op te sporen die nog geen kanker zijn. Dit kan met een eenvoudig onderzoekje, het ‘uitstrijkje’. Dankzij de vroege ontdekking is de kans op genezing zeer groot en is vaak een minder ingrijpende behandeling mogelijk. Vrouwen bij wie een vroege afwijking wordt gevonden, hebben meestal nog geen klachten.

Wat houdt het onderzoek in?
Het uitstrijkje wordt gemaakt door de assistente. Om het uitstrijkje te kunnen maken wordt er met een speciaal borsteltje en spateltje slijm met daarin wat cellen, weggehaald bij de overgang van de vagina naar de baarmoeder, de zogenaamde baarmoederhals. Daarom wordt u gevraagd zich deels uit te kleden en op de onderzoeksbank plaats te nemen. Het uitstrijkje wordt in een laboratorium onder de microscoop onderzocht. Daarnaast stelt de assistente u een aantal vragen, bijvoorbeeld de datum van uw laatste menstruatie. Tenslotte spreekt zij met u af wanneer en op welke manier u de uitslag krijgt.

De uitslag van het uitstrijkje
Bij veruit de meeste vrouwen is geen verder onderzoek nodig. Er zijn dan geen (vroege) afwijkingen aan de baarmoederhals gevonden. Soms moet er opnieuw een uitstrijkje worden gemaakt. Bijvoorbeeld omdat het uitstrijkje niet goed is gelukt of moeilijk te beoordelen is. Het kan ook zijn dat er vervolgonderzoek nodig is omdat er (vroege) afwijkingen in het uitstrijkje te zien zijn.

Tussen nu en het volgende uitstrijkje
De uitslag van het uitstrijkje is een momentopname. Het is geen garantie dat alles tot het volgende uitstrijkje in orde zal blijven. Ga daarom altijd naar uw huisarts als u klachten heeft, bijvoorbeeld hinderlijke afscheiding, bloedverlies tijdens of vlak na de geslachtsgemeenschap, bloedverlies buiten de menstruatie, bloedverlies als u een jaar of langer geen menstruatie meer heeft gehad.

Wanneer niet deelnemen?
– Een uitstrijkje is niet nodig wanneer uw baarmoeder, inclusief de baarmoederhals is verwijderd.
– U kunt geen uitstrijkje laten maken tijdens de menstruatie.
– Wanneer u zwanger bent of borstvoeding geeft, moet u het maken van een uitstrijkje uitstellen tot 6 maanden na het beëindigen van de zwangerschap of borstvoeding.
– Wanneer u in de laatste 12 maanden al een uitstrijkje heeft laten maken met een normale uitslag hoeft u nu geen uitstrijkje laten maken.

Bloeddrukmeting
Wanneer u tabletten voor hoge bloeddruk gebruikt, dient u elke drie maanden gecontroleerd te worden. U kunt hiervoor een afspraak maken met de assistente of de praktijkverpleegkundige. Eén maal per jaar verricht de huisarts deze controle.
Bloedonderzoek
Op advies van uw huisarts kunt u bij de assistente terecht voor meting van het hemoglobinegehalte (bloedarmoede) en voor glucosemeting (suikerziekte). Dit gebeurt door een vingerprik waarbij slechts een druppel bloed nodig is. Voor de glucosemeting dient u nuchter te zijn.
Diabetescontrole
Bij diabetes mellitus wordt u door de Stichting Huisartsen Laboratorium (SHL) iedere drie maanden opgeroepen voor bloedonderzoek. Een week later komt u op de praktijk om de uitslagen te bespreken en verder onderzoek te laten doen. De driemaandelijkse controles worden door de assistente of praktijkverpleegkundige gedaan.

Eén maal per jaar wordt ook de urine nagekeken. De daarbij horende grote controle verricht de huisarts.

Urineonderzoek
Op verzoek van uw huisarts of bij verdenking van een blaasontsteking, kunt u iedere dag vóór 10.00 uur uw ochtendurine inleveren bij de assistente. Wij verzoeken u een zogenaamde ‘middenstroom urine’ op te vangen. Dit houdt in dat u eerst een beetje in het toilet uitplast en daarna een portie opvangt in een schoon flesje of potje.

De urine wordt nagekeken met een teststrip en zonodig onder de microscoop beoordeeld. Bij een nierbekkenontsteking zijn de klachten vaak ernstiger met pijn in de zij en/of koorts. Daarom zal de assistente hiernaar vragen bij het inleveren van de urine.

U kunt de assistente bellen tussen 15:00 en 17:00 uur voor de uitslag. Indien nodig zal de huisarts een recept uitschrijven dat u vervolgens tot 17:30 uur bij de apotheek kunt ophalen.